Het antwoord op de vraag waarom die ene foto nu niet scherp was is inderdaad de sluitertijd. De gouden regel is dat je sluitertijd niet lager mag zijn dan de lengte van de lens. In dit geval was de lens uitgezoomd tot 300mm de sluitertijd mag dan ook niet lager zijn dan 1/300e van een seconde terwijl het op 1/160 stond, helemaal fout dus, daardoor ontstond er bewegingsonscherpte. Het is namelijk te lang om een beeld te “bevriezen” als je de lens uit de hand gebruikt.
Daarom is die tweede foto wel scherp, lens op 300 en sluitertijd op 320. Natuurlijk kun je wel lager gaan maar dan moet je camera of lens voorzien zijn van beeld-stabilisatie. Ook een statief zou uitkomst kunnen brengen.

Canon EOS Digital Rebel XTi/400D
Sigma 28-300mm @160mm 1/520 f8 ISO100 handheld.
©Blips 2007 (taken 6/16/2007)
Dan waren er nog wat opmerkingen over de wazige achtergrond. Hier zie je beide fenomenen, scherptediepte en Bokeh. De foto is scherp vanaf iets voor de dunne stengels met die bruine dingen erop (Ik weet niet hoe zoiets heet hoor) tot er iets achter, dat noem je scherptediepte, de zone waarin iets scherp is. Aan de bovenkant zie je dat het echt onscherp is en er ontstaat een patroon, dit onscherpe patroon noemt men Bokeh. Een en ander regel je door het diafragma te veranderen. Hoe kleiner het diafragma hoe meer scherptediepte. F8 is in dit geval niet zo scherp omdat het een zoomlens is, F22 wat een kleinere diafragma is (ondanks het hogere getal) zou dus en grotere scherptediepte opleveren.
Scherptediepte heeft ook nog te maken met de lengte van je lens, op 100mm met F8 heb je meer scherptediepte dan met 200mm met F8 een groothoek heeft de meeste scherptediepte, een telelens heeft de minste scherptediepte.
Er zit nog veel meer aan vast maar als je dit snapt ben je een heel eind op weg.
convert this post to pdf.Share This